Kort verhaal Tasten in het duister van Laura Hendriks

Hallo lieve lezers van Bookstamel, Vandaag is het weer tijd voor een kortverhaal! En hoewel nog niet alle verhalen van mei geplaatst zijn zitten we inmiddels in een nieuwe maand. En die nieuwe maand wil ik toch beginnen met een verhaal voor deze maand en dus een verhaal met een nieuw thema. En misschien vind ik dit stiekem wel een van de leukste thema’s van dit jaar. Namelijk een verlaten winkelcentrum. En met dat thema kun je natuurlijk alle kanten op. Laura Hendriks trapt dit thema voor jullie af.

Wie is Laura Hendrinks.

Laura Hendriks is pas 21 jaar jong. Ze heeft gestudeerd aan de Schrijversacademie, waar ze de specialisatie Romans & Korte verhalen heeft gevolgd. Nadat ze deze studie succesvol heeft afgerond, kwam haar eerste fantasy/science fiction debuut uit met de titel “Het geheime talent” Haar boek ligt nu ook in bijna alle bibliotheken van het land. Momenteel schrijft ze aan het vervolgdeel op dit debuut en werkt ze aan een jeugdboek over een vakantie waarin alles misgaat.

Ze vond het erg leuk om dit verhaal te schrijven en hoopt dat jullie het net zo leuk vinden om te lezen.

Tasten in het duister.

Door: Laura Hendriks

Aan de donkere hemel staan honderden sterren. Ze voorzien de zwarte nacht van genoeg licht, waardoor de lantaarnpalen overbodig worden, en bieden hulp aan de zes gedaanten die het slot van het rolluik openbreken dat hangt voor de ingang van het winkelcentrum.

‘Ik zei toch dat het niet moeilijk zou zijn?’ Een van de zeventienjarige jongeren bukt en loopt grijnzend onder het rolluik door het winkelcentrum in.

‘Ethan, je bent een genie!’ Lachend gaat de blonde Tiffany achter hem aan.

Nathalie drukt gauw haar zaklamp aan. Dan laat ze zich op haar knieën vallen en schijnt naar binnen. ‘Wat gaaf!’ jubelt ze. Ze zwaait haar donkerbruine haren die in een paardenstaart zijn gebonden over haar schouder naar achteren en kruipt onder het rolluik door.

‘Gaaf?’ Peter kijkt nerveus naar zijn twee vrienden die nog niet naar binnen zijn gegaan. ‘Vinden jullie dat ook?’

Brandon haalt zijn schouders op. ‘Dit was niet mijn idee, dus ik laat het maar gewoon over me heen komen.’ Dan richt hij zich tot Jennifer. ‘Dames eerst.’ Hij buigt en gebaart naar het rolluik.

Jennifer kijkt van de zenuwachtige Peter naar de kruin van Brandon en tot slot naar het rolluik. Ze begrijpt Peter wel. Eigenlijk heeft ze hier ook helemaal geen zin in. Ze doen altijd wat Ethan wil, maar zijn ideeën worden alsmaar gestoorder. Inbreken in het verlaten winkelcentrum, wie doet nou zoiets? Toch heeft ze ermee ingestemd, want ze wil niet buiten de groep vallen. Waarom Peter is meegekomen, is haar echter een raadsel. Hij is duidelijk ontzettend bang.

‘Kom.’ Ze steekt haar hand naar hem uit. ‘Dan gaan we samen.’

Hij kijkt aarzelend naar haar hand. ‘Maar wat nou als de politie komt?’

‘Dit winkelcentrum wordt binnenkort afgebroken, het boeit hen echt niet dat we hier zijn.’ Brandon slaat hem op zijn schouder. ‘Je kunt het.’

Met duidelijke tegenzin pakt Peter Jennifers hand. Ze knijpt er bemoedigend in, al doet ze dat ook om zelfverzekerder te worden. Dan lopen ze gebukt het winkelcentrum binnen, met Brandon in hun kielzog.

‘Hèhè, zijn jullie daar eindelijk?’ Ethan tikt ongeduldig met zijn voet. ‘De halve nacht is inmiddels al voorbij.’

Brandon opent zijn mond om iets te zeggen, maar op hetzelfde moment slaakt Peter een kreetje. ‘Ik voel iets!’ jammert hij.

Ethan lacht spottend. ‘Zie ik dat nou goed, Petertje? Ben je bang voor een kat?’ Hij wijst naar de grijze kat die langs hen schiet en in de duisternis van het onverlichte winkelcentrum verdwijnt.

Peter wordt net zo rood als zijn haren.

‘Waar gaan we eerst heen?’ Tiffany haakt haar arm door die van Ethan.

‘Ik ga gewoon rondkijken of er ergens nog iets te halen valt.’ Ethan haalt een hand door zijn zwarte haren en loopt met Tiffany achter Nathalie aan, die alles om hen heen van licht voorziet met haar zaklamp.

Jennifer haalt de lok van haar lichtbruine haren uit haar gezicht en loopt samen met Brandon achter de rest aan. Ze hoort dat Peter achter hen aan schuifelt. Als ze over haar

schouder kijkt, ziet ze dat hij schichtig om zich heen kijkt, alsof hij verwacht dat er elk moment een monster uit een van de uitgestorven winkels tevoorschijn kan springen om hem aan te vallen. Hierdoor kijkt hij niet uit waar hij loopt en botst hij bijna tegen een prullenbak aan.

‘Jongens, kijk eens hoe gaaf dit is!’ Nathalie wijst enthousiast naar een kledingwinkel die zo goed als leeg is. Er liggen her en der nog een paar kledingstukken, maar dat is niet waar ze op doelt.

Jennifer volgt haar vinger en ziet tot haar verbazing dat ze het heeft over een paspop die een arm mist. Ze begrijpt niet wat Nathalie daar zo leuk aan vindt.

Peter begint zacht te jammeren, maar Ethan denkt er duidelijk anders over.

‘Lekker bezig, Nat!’ Hij loopt met grote passen naar de paspop. Dan rukt hij het hoofd van de nek. ‘Als ik dit ’s nachts op het nachtkastje van mijn zusje zet en haar wakker maak, zal ze zich te pletter schrikken.’ Grijnzend doet hij zijn donkergroene rugtas af en propt het hoofd erin.

‘Heb je hier ook wat aan?’ Tiffany staat halverwege de winkel en houdt de ontbrekende arm omhoog.

Opnieuw laat Peter horen wat hij ervan vindt.

‘Stel je niet aan, watje.’ Ethan pakt de arm van Tiffany aan en geeft de plastic hand een high five.

‘Waarom ben je eigenlijk meegekomen, Peter?’ vraagt Tiffany uitdagend en ze gooit haar haren arrogant over haar schouders naar achteren. ‘Je bent nou niet bepaald dapper.’

Ethan begint te gniffelen.

Peter kijkt naar zijn schoenen. ‘Nou, gewoon…’ mompelt hij zo zacht, dat niemand het kan horen.

‘Peet moet gewoon even wennen.’ Nathalie beschijnt de andere winkels met haar zaklamp. ‘Kom, dan gaan we op zoek naar nog meer gave spullen.’

Jennifer kijkt toe hoe Nathalie voor Ethan en Tiffany uit richting een andere winkel loopt. Peter sjokt triest achter hen aan. Ze heeft medelijden met hem. Ondanks dat de opmerking van Tiffany best gemeen was, had ze wel een punt. Als Peter echt zo bang is, had hij beter thuis kunnen blijven.

Ze kijkt weer naar de paspop. Waarom ontbrak die arm eigenlijk? Heeft een klant hem soms losgetrokken uit frustratie vanwege de sluiting van het winkelcentrum? Haar blik blijft hangen bij de schouder van de pop, op de plek waar de arm voorheen heeft aangesloten op de rest van het lichaam. Er missen een paar stukjes plastic. Die zijn vast losgeschoten toen de arm werd losgerukt. Degene die dit heeft gedaan, was duidelijk niet voorzichtig.

Dan hoort ze Ethan enthousiast joelen. Ze draait zich om en ziet nog net hoe hij weg rent. Tiffany, Nathalie en Peter gaan snel achter hem aan.

‘Misschien heeft hij nu een plastic been gezien,’ zegt Brandon en hij haalt grijnzend een hand door zijn lichtbruine haren.

Grinnikend loopt Jennifer met hem mee richting de rest.

‘Zullen we naar boven of naar beneden gaan?’ vraagt Ethan, als Jennifer en Brandon bij hen komen staan. Hij wijst naar de twee roltrappen voor hen. Ze bewegen niet, omdat de stroom eraf is gehaald. ‘Ik stem voor beneden.’

‘Ik ook!’ zegt Tiffany gauw en iets te hard.

‘En deze gast ook.’ Ethan houdt de plastic arm van de paspop omhoog. ‘Al drie stemmen voor beneden. Wie gaat de doorslaggevende stem geven?’ Hij kijkt de rest een voor een aan.

‘Ik niet.’ Nathalie schijnt met de zaklamp op de roltrap die omhoog leidt. ‘Ik stel voor dat we van boven naar beneden werken, dat lijkt mij fijner.’

Ethan kijkt afkeurend, maar zegt niets.

‘Zijn jullie het eens met dat idiote plan?’ vraagt Tiffany bits aan Jennifer en Brandon. Ze passeert Peter, die wederom naar zijn schoenen kijkt, volledig.

‘Wat een rotopmerking!’ Nathalie kijkt Tiffany beledigd aan. ‘Wees eens wat aardiger, Tiff.’ Ze schijnt expres met de zaklamp in haar gezicht.

Boos knijpt Tiffany haar ogen dicht en slaat de zaklamp uit haar hand. Hij valt op de grond, gaat uit en rolt de roltrap die naar beneden leidt af. Elke keer dat de zaklamp een trede raakt, is luid en duidelijk te horen in de aardedonkere ruimte. Als hij beneden is, is het stil.

‘Lekker dan.’ Ethan slaakt geërgerd een zucht.

‘Misschien doet hij het nog,’ denkt Jennifer hardop.

‘Waar wacht je dan nog op? Ga hem halen,’ beveelt Ethan.

‘Doe het lekker zelf!’ zegt Brandon fel, voordat Jennifer kan reageren.

‘Rustig maar, niemand hoeft in het duister naar beneden te lopen. In tegenstelling tot jullie, ben ik namelijk wél goed voorbereid op deze nacht.’ Nathalie haalt haar sleutelbos uit haar broekzak. Er hangt een klein lampje aan. Als ze op het knopje drukt, schijnt er een fel licht uit het lampje.

‘Mooi.’ Ethan krabt aan zijn neus. ‘Nou, wat wordt het? Gaan we naar boven of naar beneden?’ dringt hij aan.

Op dat moment horen ze dat er ergens iets omvalt. Iedereen weet direct waar het vandaan komt.

‘Boven, boven, ik stem voor boven!’ piept Peter.

‘Hou toch eens op met dat gepiep!’ Ethan geeft Peter een duw, waardoor hij bijna zijn evenwicht verliest. ‘Dat is gewoon die stomme kat. Hij is vast geschrokken omdat er beneden ineens een zaklamp ligt.’

Tiffany kijkt Jennifer en Brandon verveeld aan. ‘Jullie stemmen zeker ook voor boven?’ Opnieuw gooit ze haar haren over haar schouders naar achteren. Omdat ze deze niet in een staart of vlecht draagt, vallen ze namelijk steeds voor haar gezicht.

Jennifer zwijgt. Eigenlijk wel, maar dat durft ze niet te zeggen. Het lijkt haar stug dat de kat verantwoordelijk was voor het geluid van zojuist. Toch heeft ze geen idee wat het wel veroorzaakt kan hebben.

‘Nou, ik ga alvast.’ Nathalie loopt de roltrap op. ‘Ik zie jullie vanzelf wel verschijnen.’ Halverwege de roltrap draait ze zich om naar de rest en schijnt met het lampje in hun gezichten. ‘Snappen jullie hem? Ik ZIE jullie vanzelf wel verschijnen. Omdat ik de enige ben die iets kan zien in deze duisternis.’ Lachend om haar eigen grap, draait ze zich weer om en vervolgt haar klim.

‘Ik weet het niet, hoor…’ Peter kijkt angstig om zich heen.

‘Jij wou toch naar boven? Als je zo bang bent, ga je maar terug naar huis.’ Ethan loopt naar de roltrap en stoot in het voorbijgaan hard met zijn schouder tegen die van Peter. Dan rent hij met twee treden tegelijk naar boven. ‘Nat, wacht even!’

Tiffany wacht geen moment en stuift achter hem aan.

Jennifer kijkt nog even wantrouwend naar beneden. Dan loopt ze achter Tiffany aan, gevolgd door Brandon.

‘Wat leuk jullie weer te ZIEN,’ zegt Nathalie vrolijk als ze boven zijn en ze schijnt opnieuw met het lampje in hun gezichten.

‘Hou daarmee op, anders gooi ik hem de zaklamp achterna!’ Nijdig duwt Ethan haar hand weg.

‘Blijkbaar kan iemand goede humor niet eens zien als het recht voor zijn neus staat,’ mompelt Nathalie en ze schijnt om zich heen.

‘Oeh, een sieradenwinkel!’ juicht Tiffany, als Nathalie deze beschijnt. ‘Hopelijk ligt er nog iets wat glimt!’ Ze rent ernaartoe.

De rest loopt achter haar aan.

Het valt echter ontzettend tegen, want er liggen alleen maar lege doosjes in de winkel.

‘Bah, wat een tegenvaller.’ Tiffany veegt geïrriteerd een doosje van de toonbank.

‘Wat had je dan verwacht?’ vraagt Brandon, als ze de winkel verlaten. ‘Dat de vorige eigenaar waardevolle spullen had achtergelaten?’

‘Als je er zo over denkt, waarom ben je hier dan?’ bijt Tiffany hem toe.

‘Hou op, we kijken wel verder.’ Ethan gebaart dat ze hem moeten volgen.

‘Wacht eens…’ Nathalie schijnt met het lampje om zich heen. ‘Waar is Peet?’

Ze kijken om zich heen. Peter is inderdaad niet bij hen.

Jennifer zet haar handen aan haar mond en roept zijn naam. Ze krijgt echter geen reactie.

‘Joehoe, Petertje?’ Ethan loopt grijnzend terug naar de sieradenwinkel. ‘Heb je je verstopt?’

De rest hoort hem nog een paar keer Peters naam roepen. Dan komt hij de winkel weer uit.

‘Geen Petertje.’ Hij schudt zijn hoofd.

‘Is hij überhaupt wel in de sieradenwinkel geweest?’ Nathalie wrijft peinzend over haar kin. ‘Ik kan me niet herinneren dat ik hem daar heb gezien.’

‘Nou, hij heeft niks gemist.’ Tiffany rolt met haar ogen.

‘Waar is hij gebleven? Hij kan toch niet zomaar zijn verdwenen?’ Jennifer kijkt ongerust om zich heen.

‘Nee, Jen, dat kan inderdaad niet.’ Ethan klopt betuttelend op haar hoofd, alsof ze een klein kind is dat goed naar hem heeft geluisterd.

Met een rood hoofd duwt ze zijn hand weg.

Grijnzend zwaait hij de arm van de paspop in het rond. ‘Hij heeft vast mijn advies opgevolgd en is teruggekeerd naar huis.’

‘Denk je?’ Nathalie beschijnt de rest van de verdieping met het lampje.

‘Ik ben er zeker van.’

‘Dus volgens jou is hij vertrokken zonder iets te zeggen?’ Brandon trekt een wenkbrauw op.

‘Je kent Petertje. Hij durfde niet achter ons aan te komen naar boven, dus is hij maar vertrokken.’ Ethan haalt onverschillig zijn schouders op.

‘Hij kan ook nog beneden staan,’ merkt Jennifer op.

‘Alleen?’ Tiffany lacht schamper. ‘Dat durft hij ook niet.’

‘Net als alleen terugkeren naar huis,’ kaatst Brandon de bal terug.

‘We gaan wel even kijken, hier zijn toch geen gave winkels meer.’ Nathalie loopt richting de roltrappen.

Ethan zucht verveeld als hij achter de rest aansjokt.

‘Als je nog eens iets leuks van plan bent, kun je beter alleen mij meevragen,’ zegt Tiffany zo hard tegen hem dat de rest het kan verstaan.

Hij grinnikt. ‘Dat klinkt inderdaad een stuk relaxter.’

‘Peet?’ Nathalie schijnt naar beneden. ‘Ben je daar nog?’

‘Nee, ik ben al thuis,’ zegt Ethan, terwijl hij Peters stem imiteert.

Tiffany begint hard te lachen en gooit haar haren over haar schouders naar achteren.

‘Dit is niet het moment voor grapjes,’ zegt Brandon streng. Hij vist zijn telefoon uit zijn broekzak en drukt hem aan. Het scherm licht op. ‘Hij heeft mij niks laten weten.’

De rest haalt ook hun telefoon tevoorschijn, maar niemand heeft een gemiste oproep of een bericht van Peter.

Zuchtend beschijnt Nathalie de roltrap die naar boven leidt. ‘Als hij naar huis is gegaan, is hij vast nog onderweg. Hij zal heus wel iets van zich laten horen als hij eenmaal thuis is. Tot die tijd moeten we ons gewoon weer zien te vermaken. Zullen we verder naar boven gaan?’

Nog voor iemand kan reageren, staat Ethan al op de roltrap. ‘Wie het eerst boven is!’

Tiffany rent direct achter hem aan, gevolgd door Nathalie die giert van de lach. Jennifer en Brandon sluiten de rij.

‘Wat denk jij? Zou hij echt naar huis zijn gegaan?’ vraagt Brandon.

Jennifer haalt haar schouders op. Ze weet het oprecht niet. Peter was bang, dus het klinkt aannemelijk. Toch had ze nooit verwacht dat hij zonder iets te zeggen alleen naar huis zou gaan. Hij durfde amper achter hen aan te lopen, dan zou hij toch niet alleen door het winkelcentrum durven te lopen richting de uitgang? Maar waar kan hij anders zijn? Het is de meest logische verklaring. Toch knaagt het. Er klopt iets niet, maar ze weet niet wat.

‘De elektronicawinkel,’ zegt Ethan als ze boven zijn en hij wijst glunderend naar de winkel. ‘Met een beetje geluk ligt er een afgedankt computerscherm.’

‘Noem je dat geluk?’ Nathalie begint te lachen.

‘Mijn neef kan schermen repareren, dus ja, dat noem ik geluk.’ Ethan wil naar de winkel lopen, maar Nathalie houdt hem tegen en wijst naar de deur van het damestoilet.

‘Hou even vast, wil je?’ Ze wil haar sleutelbos met het lampje aan Ethan geven, maar hij pakt de arm van de paspop snel met beide handen beet.

‘Sorry, ik heb mijn handen vol.’

‘Doe niet zo flauw, ik moet nodig.’ Nathalie wiebelt op haar benen.

‘Ik hou hem wel vast.’ Brandon pakt het lampje van haar aan. ‘Maar heb je hem zelf niet nodig?’

‘Ik red me wel.’ Nathalie loopt naar het toilet. Daar draait ze zich nog even om. ‘Jullie daarentegen raken vast helemaal in paniek zonder licht,’ lacht ze.

‘De roltrappen werken niet meer. Denk je dat je nog wel kunt doortrekken en dat er wc-papier hangt?’ vraagt Jennifer.

Nathalie klopt op haar achterzak. ‘Ik heb zakdoekjes bij me. En als ik niet kan doortrekken, heeft niemand daar last van.’ Ze opent de deur. ‘Wachten jullie hier? Als ik terug ben, gaan we op zoek naar meer gave spullen!’ Dan loopt ze naar binnen en sluit de deur achter zich.

‘Als ze het daarbinnen redt zonder licht, komt dat hier ook wel goed.’ Ethan loopt naar de elektronicazaak. ‘Kom mee, man met de lamp.’ Hij wenkt Brandon.

Brandon schudt vastberaden zijn hoofd. ‘Dat kunnen we niet maken tegenover Nat.’

Ethan slaakt een overdreven zucht. ‘Goed, dan wachten we wel.’

‘Wat goor!’ roept Tiffany ineens.

Ze draaien zich allemaal om en zien dat ze naar een poster aan de muur wijst.

‘Dat is gewoon een reclameposter.’ Jennifer kijkt haar gek aan.

‘Maar er zit een spin op!’ Tiffany rent gillend in Ethans armen.

Brandon wenkt Jennifer en loopt naar de poster. ‘Wat een joekel, zeg.’ Hij wijst grinnikend naar de spin, die niet veel groter is dan de nagel van zijn pink.

‘Waar blijft Nat? Ik wil hier weg!’ Tiffany draait zich om naar het toilet. ‘Jen, wees eens lief en ga haar roepen.’ Ze gooit haar haren over haar schouders naar achteren.

Jennifer draait zich verontwaardigd om. ‘Waarom doe je dat zelf niet?’

‘Waarom doe jíj het niet gewoon? Voel je je daar te goed voor, of zo?’ Tiffany kijkt haar arrogant aan.

Jennifer kijkt geschokt naar Tiffany en de lachende Ethan. Waar slaat dat nou weer op?

‘Ik ga wel.’ Brandon legt bemoedigend een hand op Jennifers schouder. Dan loopt hij naar het toilet en klopt op de deur. ‘Nat, ben je bijna klaar?’

Hij krijgt geen antwoord.

‘Nathalie?’

Wederom geen reactie.

Hij draait zich om naar de rest. ‘Zal ik even gaan kijken?’

‘Natuurlijk niet, dat is het damestoilet!’ roept Tiffany.

‘Nou en? Alleen Nat is daar.’

‘Ik kijk wel even.’ Jennifer loopt zuchtend naar de deur, terwijl ze zich afvraagt waarom ze altijd doet wat een ander zegt. Nu doet ze dit om de discussie tussen Brandon en Tiffany te beëindigen, maar daardoor doet ze toch wat Tiffany haar eerder opdroeg.

‘Als je dat nou direct had gedaan…’ Tiffany slaat haar armen over elkaar en rolt met haar ogen.

Jennifer duwt voorzichtig de deur open, zodat Nathalie hem niet hard tegen zich aan krijgt als ze erachter staat, en gluurt naar binnen. Brandon schijnt bij met het lampje. Ze ziet twee wasbakken en drie wc-hokjes.

‘Nat, lukt het?’

Ook zij krijgt geen antwoord.

Er loopt een rilling over haar rug, al weet ze niet goed waarom. Ze pakt het lampje van Brandon aan en schijnt op de wc-hokjes. De deuren komen niet helemaal tot de grond, dus ze zou Nathalie’s voeten moeten zien. Maar die ziet ze niet.

Geschrokken draait ze zich om naar de rest. ‘Ze is weg.’

‘Hoe bedoel je, “ze is weg”?’ Ethan loopt naar haar toe.

‘Precies zoals ik het zeg. Ze is er niet.’

Hij duwt haar aan de kant en loopt het toilet in. Daar trekt hij de deuren van de hokjes open. Ze zijn inderdaad allemaal leeg. Even kijkt hij verbaast om zich heen, maar dan verschijnt er een grijns op zijn gezicht. ‘Die bange schijterd is natuurlijk ook gevlucht, net als Petertje.’

‘Hoe kan dat? Wij stonden al die tijd hier,’ vraagt Jennifer, als hij het toilet verlaat.

‘Toen Tiff schrok van die spin, draaiden we ons om en stonden we met onze rug naar de wc toe.’ Hij wijst naar de poster.

‘Waarom zou ze zijn vertrokken zonder haar sleutels?’ Brandon wijst naar de sleutelbos in Jennifers hand.

‘Omdat ze raar is?’ denkt Tiffany hardop, waarna Ethan begint te lachen.

‘Dit is niet grappig!’ Brandon kijkt hen boos aan. ‘Twee van onze vrienden zijn verdwenen!’

‘Nee, twee van onze vrienden zijn naar huis gegaan,’ verbetert Ethan hem. Dan slaat hij een arm om Tiffany heen. ‘Kom, we gaan verder.’ Ze lopen naar de elektronicazaak.

Jennifer en Brandon kijken elkaar aan. ‘Geloof jij hun theorie?’ vraagt ze nerveus.

Hij schudt zijn hoofd. ‘Ik vond Peters verdwijning al vreemd, maar dit slaat alles. Nathalie vond alles heel gaaf, dus zij is niet zomaar weggegaan.’

‘Ik geloof het ook niet.’ Jennifer kijkt toe hoe Ethan en Tiffany de winkel binnen lopen. ‘Eigenlijk zijn Ethan en Tiffany helemaal geen goede vrienden,’ flapt ze eruit.

‘Nee, dat zijn ze inderdaad niet,’ beaamt Brandon, tot haar grote opluchting. ‘Maar we kunnen niet weggaan, niet voordat we Peter en Nat hebben gevonden.’

Jennifer knikt. Niet omdat ze wil blijven, maar omdat ze weet dat hij gelijk heeft. Als Peter en Nathalie hier echt nog rondlopen, zullen zij hen moeten vinden. Ethan en Tiffany zijn namelijk niet van plan om hen te gaan zoeken.

‘Komen jullie nog?’ Tiffany steekt haar hoofd om de deur van de winkel. ‘Ethan heeft een computerscherm gevonden, maar we kunnen in het donker niet goed zien hoe hij eruitziet. We hebben het lampje nodig.’

Met tegenzin sjokken Jennifer en Brandon naar de winkel en lopen naar binnen.

‘Nou, waar is dat ding?’ Brandon kijkt zuchtend om zich heen.

‘Hier.’ Tiffany wenkt hen en loopt naar de achterkant van de winkel. Ze verdwijnt achter een rek dat op een paar doosjes batterijen na leeg is.

Jennifer en Brandon lopen achter haar aan. Het computerscherm is echter nergens te bekennen, net als Ethan.

Tiffany kijkt verbaast om zich heen. ‘Zojuist was hij hier nog.’

Het angstzweet breekt Jennifer uit. Zou Ethan ook verdwenen zijn? Ze kijkt ook om zich heen, maar op een hoop lege rekken, de doosjes batterijen, een paar losse schroeven en nog een aantal achtergebleven spulletjes op de grond na, is de winkel leeg.

‘Hij heeft zich vast verstopt om ons te laten schrikken,’ concludeert Tiffany ineens. ‘Ethan, waar be-he-hen je?’ roept ze overdreven hard en lachend, terwijl ze haar haren over haar schouders naar achteren gooit.

‘Tiff, ik denk niet dat hij zich verstopt heeft,’ begint Brandon voorzichtig.

‘Natuurlijk wel! Waar kan hij anders zijn?’ Tiffany loopt een rondje om het rek. ‘Ethan!’ roept ze weer, al klinkt ze ditmaal angstiger dan zojuist.

Jennifer legt haar hand op Tiffany’s schouder. ‘Ik weet dat je dit liever niet hoort, maar misschien is hij ook…’

‘Hij is helemaal niet naar huis gegaan!’ Tiffany slaat boos op haar hand, zodat ze hem terugtrekt.

‘Ik denk dat Jennifer iets anders wou zeggen,’ zegt Brandon onheilspellend.

‘Ach, hou toch op!’ Tiffany wil nog een rondje om het rek lopen, maar struikelt dan over iets wat half onder het rek ligt. Haar kin komt hard op de grond terecht. ‘Auw!’ Ze grijpt naar de pijnlijke plek.

‘Gaat het?’ Jennifer wil haar overeind helpen, maar Tiffany begint te blazen als een kat.

‘Laat me met rust, ik kan het zelf wel!’ Ze krabbelt onhandig overeind. ‘Stom, waardeloos ding!’ Ze schopt het voorwerp weg waarover ze is gestruikeld.

De plastic arm van de paspop schuift over de grond, tot hij tegen Brandons voeten stoot en tot stilstand komt.

Tiffany’s mond valt open. ‘D-dat, dat is…’ Ze wijst trillend naar de arm.

‘Ethan zou nooit zonder die arm naar huis zijn gegaan.’ Brandon vangt Tiffany’s blik. ‘Begrijp je nu eindelijk dat er iets vreemds aan de hand is?’

Er verschijnen tranen in haar ogen. ‘Ethan!’ roept ze. ‘Waar ben je?’ Ze draait een paar rondjes om haar as. Dan rent ze richting de uitgang van de winkel.

‘Tiff, wacht!’ Jennifer rent achter haar aan en schijnt met het lampje op haar rug, zodat ze haar niet uit het oog kan verliezen. Iedereen die verdwenen is, was alleen. Ze moeten dus bij elkaar blijven. ‘Brandon!’ roept ze.

‘Ik ren vlak achter je,’ stelt hij haar gerust.

‘We moeten…’

‘…Bij elkaar blijven,’ maakt hij haar zin af. ‘Ja, dat lijkt mij ook het beste.’

‘Nou, mij niet!’ Tiffany rent de winkel uit en kijkt schichtig het winkelcentrum rond. ‘Als we opsplitsen, vinden we hem vast sneller!’

‘Nee, juist niet!’ Jennifer pakt haar bij de arm en kijkt haar recht aan. ‘Peter, Nathalie en Ethan zijn verdwenen toen ze alleen waren. Wil je soms dat jou hetzelfde overkomt?’

‘Peter en Nat zijn naar huis gegaan!’ Tiffany rukt zich los. ‘En Ethan houdt ons gewoon voor de gek! Hij wil vast dat we er een wedstrijd van maken. Degene die hem het eerst vindt, wint.’ Ze beent weg. ‘Ethan!’

‘Tiff, kom terug!’ Jennifer wil achter haar aan rennen, maar op dat moment begint het lampje te knipperen. Eerst kort, zodat zij en Brandon twee seconden in het licht staan en maar een halve seconde in het donker, maar het gaat steeds sneller. Na tien seconden wordt elke seconde van licht al afgewisseld met een seconde van duisternis. Dan slaat het noodlot toe. Het lampje begeeft het en ze zijn omhuld door niets meer dan duisternis.

‘Brandon?’ piept Jennifer.

‘Ik ben hier.’ Hij pakt haar hand.

‘Tiff?’ roept ze. Haar stem slaat over.

Het blijft stil.

‘Tiffany!’ schalt Brandons stem door het winkelcentrum, maar ook hij krijgt geen antwoord.

‘O nee, o nee, o nee!’ Jennifer kijkt om zich heen, maar kan geen enkele vorm herkennen in het duister.

‘We moeten rustig blijven.’ Brandon knijpt zacht in haar hand. ‘We weten niet of ze verdwenen is, we weten zelfs niet zeker of de rest wel verdwenen is.’

‘Waar zijn ze dan? Is Peter vast komen te zitten op een roltrap die niet beweegt? Werd Nathalie in de afvoer gezogen? Is Ethan in een computerscherm verdwenen en is dat ding toen opgelost in het niets? En is Tiffany soms opnieuw gestruikeld en in een prullenbak gevallen, die haar heeft opgegeten?’ Er rolt een traan over haar wang.

‘Ik weet het niet,’ antwoordt hij met een brok in zijn keel. ‘We kunnen hen gaan zoeken. Als we bij elkaar blijven, kan ons niets gebeuren.’

‘Maar we hebben geen licht.’

Hij zwijgt even. ‘Misschien doet Nat’s zaklamp het nog,’ zegt hij na een tijdje.

Eigenlijk wil Jennifer geen seconde langer in dit winkelcentrum blijven dan nodig, maar ze kan het niet over haar hart verkrijgen om hun vrienden achter te laten. ‘Goed, dan gaan we hem halen,’ zegt ze daarom.

Ze schuifelen richting de roltrap. Gelukkig is de elektronicazaak er vlak naast. Jennifer gaat voor Brandon de roltrap af. Ze houdt zich stevig vast aan de reling en voelt dat Brandon zijn hand op haar schouder legt. Zo kunnen ze elkaar niet kwijtraken. Als ze een verdieping lager zijn aangekomen, dalen ze ook de volgende roltrap af.

‘Nog maar één verdieping,’ zegt Brandon, als ze beneden zijn aangekomen.

Jennifer kijkt in de richting van de uitgang. Als ze zouden willen, zouden ze nu weg kunnen gaan. Deze gedachte bezorgt haar direct een schuldgevoel. Als hun vrienden hier nog zijn, rekenen ze op haar en Brandon. Ze is het hen verschuldigd om te blijven.

‘Gaat het?’ Brandon slaat een arm om haar heen.

Ze stopt Nathalie’s sleutelbos met het kapotte lampje in haar broekzak. ‘Nee, maar dat ligt aan de omstandigheden.’

‘Logisch, dat heb ik ook.’ Hij wijst naar de roltrap. ‘Zal ik eerst gaan?’

‘Wat is er gebeurd met “dames eerst”?’ vraagt ze, om voor een vrolijke noot te zorgen.

Hij glimlacht flauwtjes en legt zijn hand weer op haar schouder. ‘Goed, dames eerst.’ Dan loopt hij achter haar aan de roltrap af.

Met elke stap die Jennifer zet, zakt de moed verder in haar schoenen. Hopelijk ligt de zaklamp vlak bij de roltrap en kunnen ze hier zo snel mogelijk weg. Maar dat kan alleen als hun vrienden hier niet zijn. O, laat ze alsjeblieft ergens anders zijn.

Ze stapt de laatste trede af, knijpt haar ogen tot spleetjes in de hoop iets te kunnen zien en speurt de grond af. Helaas ziet ze nog steeds geen hand voor ogen. Brandon laat haar schouder los en pakt haar hand. Dan gaan ze op hun knieën zitten en zoeken met hun vrije hand op de tast naar de zaklamp.

Jennifer wordt met de seconde wanhopiger. Waar is die rottige zaklamp? En nog belangrijker: waar zijn haar vrienden? Gelukkig is Brandon bij haar. Alleen zou ze dit niet durven.

Dan voelt ze iets. Ze grijpt het beet en tot haar grote opluchting is het de zaklamp. Als ze hem aan doet en hij nog blijkt te werken, is ze helemaal gelukkig. Nou ja, zo gelukkig als ze op dit moment kan zijn.

Zij en Brandon krabbelen overeind en ze beschijnt de ruimte waar ze zijn beland met de zaklamp. Er is maar één winkel, een supermarkt.

‘Kijk!’ Brandon wijst naar een beveiligingscamera, boven de ingang van de supermarkt.

‘Denk je dat hij nog werkt?’ vraagt ze onzeker. Ze weet niet of de beelden van deze camera hen kunnen helpen hun vrienden te vinden, maar het is het proberen waard. Als ze hier zijn langsgekomen en de camera werkt nog, moet hij het hebben vastgelegd.

‘Er is maar één manier om daarachter te komen.’ Hij loopt langs een omgevallen rek de supermarkt in.

Ze schuifelt nerveus achter hem aan. In tegenstelling tot haar vrienden, kwam zij niet zo vaak in het winkelcentrum toen hij nog open was. Sterker nog, ze heeft het gevoel dat ze deze nacht nog langer in het centrum is dan alle minuten die ze voor vandaag hier heeft doorgebracht bij elkaar opgeteld. Daarom kent ze de weg niet goed. Gelukkig lijkt Brandon precies te weten waar ze heen moeten, want hij loopt doelbewust naar een deur met een bordje, waarop staat dat alleen personeel toegang heeft.

‘Alsof dat ons nu nog tegenhoudt,’ grinnikt hij. Dan slaat hij met zijn elleboog het ruitje op ooghoogte in en steekt zijn arm naar binnen om de deur te ontgrendelen. ‘O, hij zit helemaal niet op slot.’ Hij trekt zijn arm terug en duwt de deur open. ‘Dames eerst?’

Ze kijkt gauw om zich heen. Als ze ziet dat de kust veilig is, loopt ze naar binnen, gevolgd door Brandon.

‘Wat nu?’ Ze kijkt om zich heen. Ze staan in een keukentje. In de hoek staan een paar kluisjes en er zijn drie deuren.

Brandon opent een van de deuren, maar sluit hem direct weer. ‘Dat is het herentoilet.’

Jennifer opent de tweede. ‘En dat is het damestoilet.’ Zuchtend sluit ze hem weer. Dan kijkt ze naar de derde deur. Tot haar grote schrik ziet ze dat het slot geforceerd is.

‘We zijn niet alleen,’ zegt Brandon duister, want hij heeft het ook al gezien. Hij gaat beschermend voor haar staan en trapt de deur open.

Het kamertje is leeg, op een bureau en een stoel na. Er is geen spoor van een computerscherm met beveiligingsbeelden te bekennen.

Verslagen laat Jennifer zich op de stoel vallen. ‘Hier is niks, helemaal niks.’

Brandon sluit de deur achter hen. Dan kijkt hij het kamertje rond. Zijn oog valt op de bureaulade, die hij gauw opent. ‘Alleen een pot.’ Hoofdschuddend sluit hij hem weer. ‘Waarschijnlijk hebben de medewerkers alles meegenomen voordat het winkelcentrum werd gesloten.’

Jennifer slaakt een zucht. ‘En die camera werkt vast toch niet meer.’ Uit pure frustratie schopt ze onder het bureau. ‘Auw!’ Ze schuift met de stoel naar achteren en kijkt onder het bureau. ‘Waartegen heb ik…?’ Haar adem stokt in haar keel.

‘Wat is er?’ Brandon bukt en volgt haar blik. ‘Is dat…?’

Onder het bureau staan een zwart koffertje en een donkergroene rugtas. De tas is halfgeopend en er steekt een computerscherm uit.

‘Ethans rugtas.’ Jennifer kijkt hem aan. Ze is lijkbleek.

Dan vliegt de deur open.

Ze draaien zich met een ruk om. In de deuropening staat een man van middelbare leeftijd. Zijn ongekamde, witte haren hangen als gordijnen langs zijn gezicht en hij heeft bloeddoorlopen ogen. Zijn gezicht zit vol rode krassen.

‘Kijk eens aan,’ zegt hij, met hese stem. ‘Vrijwilligers voor mijn experiment.’ Hij wrijft tevreden in zijn handen.

Jennifer staat op en zet angstig een stap achteruit. Ze weet niet wat hij bedoelt met experiment, maar weet wel dat ze daar niet achter wil komen.

‘Hopelijk schrikt mijn gezicht jullie niet af,’ gaat de man verder en hij wijst naar de krassen. ‘Die kat bleef niet zitten, dus zouden jullie zo vriendelijk willen zijn om dat wel te doen?’

‘Persoonlijk vind ik dat jouw gezicht nog niet erg genoeg is toegetakeld.’ Brandon pakt het computerscherm uit de tas en gooit hem met al zijn kracht naar de man, die moet bukken om hem te ontwijken.

Brandon ziet zijn kans schoon. Hij pakt Jennifers hand en trekt haar mee het kamertje uit. Ze rennen door de personeelsruimte en vluchten de supermarkt in, waar ze direct richting de uitgang gaan.

‘Wie was die griezel? En over wat voor experiment had hij het?’ Jennifers ademhaling is gejaagd en haar hart zit in haar keel.

‘Geen idee, maar ik ben bang dat Ethan daar wel achter is gekomen.’

Ze rennen de supermarkt uit en struikelen bijna over het omgevallen rek.

‘Dat hoorden we vast omvallen voordat Peter verdween.’ Jennifer wijst naar het rek.

‘Die kerel heeft het natuurlijk omgestoten toen hij de kat probeerde te vangen voor zijn experiment.’ Brandon zet het rek rechtop voor de in- en uitgang. ‘Zo winnen we wat tijd, want ik weet zeker dat hij achter ons aan komt.’

‘Wat moeten we nu doen? Misschien zijn onze vrienden hier nog ergens, die griezel kan hen vasthouden voor zijn experiment. Als we het winkelcentrum verlaten, laten we hen in de steek.’ Jennifer voelt tranen branden. ‘Maar als we blijven, kunnen we ook slachtoffer worden van zijn experiment.’

Brandon pakt de zaklamp van haar aan en kijkt schichtig om zich heen. Zijn blik en het licht blijven hangen bij een ventilatierooster in de muur. ‘We kunnen geen slachtoffer worden van zijn experiment als hij ons niet kan vinden.’ Hij rent naar het rooster en wil hem uit de muur trekken, maar hij zit vast met schroeven.

‘Hier.’ Jennifer knielt naast hem en haalt de sleutelbos van Nathalie uit haar broekzak. Intussen vecht ze tegen de tranen. Ze mag niet huilen, dat zal haar zicht wazig maken en dit alleen maar moeilijker maken.

‘Wat slim!’ Hij pakt de sleutelbos aan en geeft haar de zaklamp terug. Dan probeert hij met een van de sleutels de schroeven los te draaien. Gelukkig lukt dit aardig goed. Als hij met de vierde en laatste schroef bezig is, horen ze de man weer. Hij gilt en briest en is zo te horen bijna bij hen.

‘Schiet op!’ dringt Jennifer aan.

‘Dit gaat niet sneller!’

Dan horen ze een hoop kabaal. Ze draaien zich om en zien dat de man tegen het rek aan is gelopen. Hij ligt languit op de grond.

Brandon richt gauw zijn aandacht weer op het rooster, maar Jennifer blijft naar de man kijken. Ze ziet dat hij overeind krabbelt en in de linker zak van zijn witte laboratoriumjas graait. Gelukkig draait Brandon op dat moment de laatste schroef los en trekt hij het rooster uit de muur.

‘Snel!’ Terwijl hij de sleutelbos in zijn broekzak propt, gebaart hij dat Jennifer voor moet gaan.

Dit laat ze zich geen twee keer zeggen. Ze kruipt de ventilatieschacht in. Brandon duikt achter haar aan en ze beginnen als een malle te kruipen.

De man rent naar hen toe en wurmt zich ook naar binnen, maar Brandon steekt hier direct een stokje voor door hem in zijn gezicht te trappen. De man trekt zich kermend terug.

‘Waar moeten we heen?’ roept Jennifer paniekerig en ze wijst naar de T-splitsing voor hen. Haar stem galmt door de schacht.

‘Dat weet ik niet, kies nou maar gewoon!’ Brandon kijkt over zijn schouder en ziet dat de man op het punt staat om opnieuw in de schacht te kruipen.

Ze gaat gauw naar rechts. Razendsnel bewegen ze zich door de schacht. Ze merken dat hij op een gegeven moment omhooggaat. Hierdoor kost het kruipen meer moeite. Toch gaan ze nog steeds als een speer vooruit, want Brandon voelt de hete adem van de man in zijn nek.

Na een tijdje botst Brandon ineens tegen Jennifer op. ‘Wat is er? Waarom kruip je niet verder?’ vraagt hij gehaast en hij kijkt over zijn schouder. ‘We hebben een flinke voorsprong op die kerel en dat wil ik graag zo houden.’

‘Dat is het damestoilet.’ Ze wijst naar het rooster naast zich, dat ze beschijnt met de zaklamp.

Brandon kijkt door de kleine gleufjes in het rooster. Omdat ze een stuk boven de grond zitten, kan hij beide wasbakken en de drie wc-hokjes zien. De urinoirs ontbreken, dus het is inderdaad het damestoilet. Hij kijkt Jennifer aan. ‘Wat wil je daarmee zeggen? Dat je moet plassen? Dat kan toch wel even wachten?’

‘Nee, je snapt het niet.’ Ze wijst nogmaals naar het rooster. ‘De deuren van alle hokjes zijn open.’

Brandon kijkt haar vreemd aan, maar ineens begrijpt hij het. ‘Bedoel je…?’

Ze knikt triest. ‘Dit is niet zomaar een damestoilet, dit is het toilet waar we Nathalie voor het laatst hebben gezien. Dit is de plek waar ze is verdwenen.’

Plots horen ze een hoop lawaai achter zich. Het wordt steeds luider, dus de man komt dichterbij.

‘Ik begin te geloven dat niet alleen Ethan in zijn val is gelopen.’ Brandon duwt tegen het rooster. Hij valt er direct uit en raakt met een hoop kabaal de grond van het toilet.

Jennifer wil de schacht verlaten, maar hij houdt haar tegen.

‘We moeten hem laten denken dat we in het toilet zijn.’ Hij gebaart dat ze verder moet kruipen.

Omdat de man zo te horen bijna bij hen is en ze geen beter idee heeft, doet ze wat hij wil. Hopelijk trapt die griezel erin. Een paar meter verderop buigt de schacht naar links. Snel kruipen zij en Brandon de hoek om, waarna hij voorzichtig zijn hoofd om de hoek steekt.

‘Ja, het werkt!’ fluistert hij opgewekt.

Jennifer kijkt langs hem en ziet tot haar grote opluchting dat de man inderdaad de schacht verlaat en het damestoilet betreedt.

‘Nu moeten we een andere uitgang zien te vinden.’

Ze knikt en kruipt weer verder.

Een paar minuten later komen ze opnieuw langs een rooster. Jennifer schijnt erop met de zaklamp en herkent direct de winkel aan de andere kant. Het is de elektronicazaak! Ze duwt tegen het rooster, dat meteen op de grond valt. Dan kruipt ze uit de schacht, met Brandon achter zich aan. In de winkel krabbelen ze overeind. Ze staan op de plek waar ze ook met Tiffany hebben gestaan, vlak nadat Ethan was verdwenen.

‘De schroeven…’ Ze schijnt met de zaklamp op de paar losse schroeven op de grond. ‘Ik heb ze gezien.’ Ze draait zich om naar Brandon, met tranen in haar ogen. ‘Toen we hier waren, heb ik de schroeven gezien. Maar ik wist het niet. Waarom wist ik het niet?’ Tranen biggelen over haar wangen.

‘Rustig maar, het is niet jouw schuld.’ Hij slaat zijn armen om haar heen. ‘Niemand had verwacht dat een of andere gek door de ventilatieschacht zou kruipen om ons een voor een te ontvoeren.’

‘Maar als ik had gezegd…’ Haar adem stokt. ‘Als ik had gezegd dat ik schroeven op de grond had zien liggen, hadden we kunnen onderzoeken waar ze vandaan waren gekomen. Dan was Tiffany er misschien niet alleen vandoor gegaan en hadden we eerder geweten wat er aan de hand was.’

‘Misschien,’ knikt hij. ‘Maar misschien ook niet.’

Plots klinkt er een hoop kabaal vanuit de schacht.

Ze draaien zich geschrokken om.

‘Hij is terug.’ Brandon pakt Jennifers hand.

‘Dit is gekkenwerk. We moeten de politie inschakelen.’ Na deze woorden, rennen ze de winkel uit.

De man kruipt uit de schacht en ziet de twee jongeren weg rennen. Hij krabbelt overeind en haalt een klein lampje uit de rechter zak van zijn laboratoriumjas. Hij drukt hem aan en loopt achter de jongeren aan, maar doet geen moeite om hen bij te houden. Als hij de winkel uit is, ziet hij dat ze al halverwege de roltrap zijn. Op zijn dooie gemak slentert hij achter hen aan. Ze kijken steeds angstig over hun schouder. Daarna dalen ze ook de tweede roltrap af. Hij loopt nog steeds erg langzaam achter hen aan. Als ook hij onderaan de tweede roltrap is, ziet hij dat ze richting de uitgang van het winkelcentrum rennen. Hoofdschuddend kijkt hij hen na.

Als ze langs de kledingwinkel rennen, valt zijn oog op de paspop zonder hoofd en met nog maar één arm. Hij klopt op de linker zak van zijn laboratoriumjas en begint te grinniken. ‘Waar een beetje plastic van een paspop allemaal wel niet goed voor is,’ fluistert hij. Dan daalt hij de laatste roltrap af.

Beneden aangekomen, wandelt hij de supermarkt in. Hij loopt direct door naar de personeelsruimte, en dan naar het kamertje met het bureau. Daar opent hij de bureaulade en haalt de pot eruit. Hij houdt hem vlak voor zijn gezicht en tikt tegen het glas. Op zijn gezicht verschijnt een gemene grijns.

In de pot zitten vier kleine wezentjes. Ze zijn niet veel groter dan vijf centimeter. Het eerste wezentje zit op de bodem en heeft zijn handen voor zijn gezicht geslagen, waardoor alleen zijn rode haren te zien zijn. Het tweede wezentje, met donkerbruine haren die in een paardenstaart zijn gebonden, slaat bemoedigend een arm om hem heen. Het derde wezentje heeft zwarte haren en bonkt woedend op het glas van de pot, maar hij is niet sterk genoeg om er een barstje in te slaan. Het laatste wezentje gooit nerveus haar blonde haren over haar schouders naar achteren en kijkt de man angstig aan.

‘Het is zeer spijtig dat die andere twee niet wilden meewerken.’ De man haalt een handvol zwarte pillen uit de linker zak van zijn laboratoriumjas. ‘Het is namelijk erg moeilijk om vrijwilligers te vinden die mijn verkleinpillen willen testen.’ Hij stopt de pillen terug in zijn zak. Dan pakt hij de donkergroene rugtas onder het bureau vandaan. ‘Deze heb je niet meer nodig, toch?’ vraagt hij nonchalant aan het wezentje met zwarte haren.

Het wezentje begint nog harder op het glas te bonken, maar zonder resultaat.

Grijnzend zet de man de rugtas terug en pakt het zwarte koffertje. ‘Helaas kan ik hier niet blijven, lieve vrijwilligers van me. Maar geen zorgen, ik neem jullie gewoon mee.’ Hij opent het koffertje en zet de pot tussen alle scheikundige spullen die hij nodig had om de verkleinpillen te maken.

De wezentjes roepen om hulp, maar hun stemmen zijn zo zacht, dat zelfs de man hen niet kan horen.

Dan sluit hij het koffertje en loopt ermee het kamertje uit.

Einde.

Dit was Tasten in het duister ik hoop dat jullie er van hebben genoten. Vond je het nou een leuk verhaal laat dan hieronder even een reactie achter! Dat wordt zeer gewaardeerd door Laura en mij.

Liefs, Melanie

*** Let op bloggen is een hobby voor mij, ik heb dan ook niemand die mijn teksten na kijkt op spelling want dat zou mij een paar 100 euro in de maand kosten. Ik heb dyslexie dus de kans is groot dat er hier en daar een spelfoutje in de tekst staat. Ik doe er alles aan om deze te voorkomen maar helaas is dat niet altijd mogelijk. ***

Bookstamel

Lezen en koken is een passie van mij. Deze passies deel ik op mijn blog

Dit vind je misschien ook leuk...

0 0 stemmen
Artikelbeoordeling
Abonneer
Laat het weten als er
guest

CommentLuv badge

0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties
0
Zou graag je gedachten willen weten, laat een reactie achter.x