De val door Esther Wagenaar

Hallo lieve lezers van Bookstamel, vandaag is het weer tijd voor een kort verhaal. Dit keer is dat De val dat geschreven is door Esther Wagenaar. De vaste lezers hebben het misschien al gezien. Na een paar dagen niks kunnen door mijn val van afgelopen maandag. Kon ik eindelijk de stijl van mijn blog aanpassen naar de stijl van mijn You Tube kanaal. Zodat het vanaf 2023 mooi bij elkaar past. Verder ben ik vandaag de 2 boek recensies aan het schrijven die jullie nog te goed hebben van mij 🙂 En dan hopelijk een goede week te gemoed. Wat zijn jullie plannen deze week?

Voor we naar het verhaal De val van Esther Wagenaar gaan zal ik jullie eerst wat vertellen over de auteur. Esther leerde ik een paar jaar geleden kennen toen ik haar boek Het groene kristal mocht lezen als lid van het Celtica vipster team! Esther deed toen ook mee aan de blogs van eigen bodem. Dus het beste leer je Esther kennen door haar voorstel blog en interview te lezen!

De val

Het ene moment steunen mijn tenen nog op het kleine uitsteeksel in de rotswand, het volgende voel ik hoe mijn houvast verdwijnt. Ik hang aan mijn vingertoppen en probeer wanhopig nieuwe steun te vinden. Rustig blijven, kijken, waar kan ik heen? Links van mij misschien? Ja, mijn linkervoet vindt steun bij een kleine richel. Mooi zo. Ik durf meer op die voet te steunen om mijn vingers even rust te gunnen voor ze verkrampen. Nu rechts iets vinden. Ik tast de rotswand af met mijn rechtervoet. Mijn klimschoenen zijn zo dun dat het net is alsof ik met blote voeten klim, maar sterk genoeg om verwondingen van scherpe rotsen te voorkomen. Eindelijk houvast. Voorzichtig verplaats ik mijn gewicht naar rechts, ja het lukt. Ik kijk naar boven. Nog maar een paar meter en dan ben ik er.

Klimmen geeft me een gevoel van vrijheid en dat is precies wat ik nodig heb voor kerst mij morgen volledig opslokt. Dan komen mijn ouders en mijn broer met z’n gezin langs en is het voor mij weer rennen en vliegen om het iedereen naar de zin te maken. De traditie om kerst bij mij te vieren is ontstaan nadat ik het huis van mijn ouders overnam, omdat ze zelf kleiner wilde wonen. Mijn broer heeft met zijn gezin met vier kinderen het grootste huis, maar zijn vrouw Sally is het tot nu toe succesvol gelukt om kerst niet bij hun te vieren. Misschien toch eens serieus nadenken over die baan in Boston, dan woon je te ver weg.

Vlakbij is een mogelijkheid om me opnieuw te zekeren. Ik heb me bijna vastgehaakt als ik ineens de steun op mijn rechtervoet kwijt ben. Ik probeer me nog vast te grijpen, maar te laat. Ik schuur langs de wand naar beneden en krijg steeds meer snelheid. Met een klap smak ik met mijn rechterschouder tegen de wand net onder de plek als waar ik me de vorige keer gezekerd heb. Mijn hart gaat als een razende tekeer, tijd om rustig bij te komen krijg ik niet. Er klinkt een luide krak en ik val opnieuw.

Overal is pijn. Het klopt, snijdt, brandt, zeurt en steekt. Is het zo hevig dat ik daardoor moeilijk kan ademhalen of is het iets anders? Als ik mijn ogen open, draait de wereld om mij heen. Ik richt me op de lucht boven mij. Een lucht die langzaam steeds roder wordt. Hoelang lig ik hier al? Ik sluit mijn ogen weer, want het draaien maakt me misselijk. Rustig blijven, voelen, hoe lig je, waar lig je? Ik lig op mijn rug, er prikken takken in de rechterkant van mijn lichaam, links is pijnlijker. Ik krijg tranen in mijn ogen als ik mij erop focus. Mijn god. Rechts kan ik mijn arm iets bewegen en ook mijn been, links … Met moeite doe ik een poging door de pijn heen te gaan. Ik schreeuw het uit. Als het pijn doet ben je tenminste niet verlamd. Het is een schrale troost. Het voordeel van deze poging is dat het me zo veel energie heeft gekost, dat ik mezelf voel wegglijden in een zalig niets.

Als ik weer wakker word, is het donker. De pijn is er nog steeds en mijn ademhaling klinkt raspend, maar ik ben minder draaierig. Rustiger ook, gek genoeg. Zou ik nu niet in paniek moeten zijn? Waar ben ik precies? Ik vermoed op een plateau een paar meter boven het punt waar ik mijn klim begonnen ben. Wat is er precies gebeurd? Het zou niet moeten kunnen, zo ver naar beneden vallen. Ik weet zeker dat ik me onderweg goed gezekerd heb aan de haken in de wand. Misschien falend materiaal? Ik gebruik dit touw al lang, eigenlijk langer dan aanbevolen wordt. Stom! Heb je nu niks aan, je zult het nooit meer doen. Als je al ooit nog kunt klimmen. Wie weet waar ik ben gaan klimmen? Shit. Ik heb het Liza verteld, maar niet precies waar. Alleen maar dat ik graag de dag voor kerst nog even mijn hoofd wilde leegmaken. Even alleen zijn en helemaal in het moment voordat ik weer geleefd wordt door mijn familie. Ik heb nog een waslijst aan dingen die ik voor morgen moet doen. Het kerstdiner voorbereiden, de kerstversiering perfectioneren, cadeautjes inpakken. Jack had nog voorgesteld iets te gaan drinken vanavond, maar ik heb hem afgewezen. Kerstavond met hem samen voelde net iets te officieel voor onze prille relatie. Ik zou er nu een moord voor doen.

Stop met nadenken over wat niet is, denk na over wat je kunt doen. Mijn telefoon, het zat in het zakje op mijn been. Kan ik erbij? Ja, dat lukt. Voorzichtig haal ik met stijve vingers het ding omhoog. Ik voel al dat het scherm kapot is. Ineens is daar een blauwe licht, mijn ogen moeten er aan wennen. Ik druk op waar ongeveer de knop moet zitten waar ik kan bellen, maar er gebeurt niets. Het scherm reageert niet. In paniek probeer ik het nog eens en nog eens. Niks, helemaal niks. Op het gebroken scherm kan ik nog net zien dat ik geen bereik heb. Teleurgesteld laat ik het ding naast me op de grond vallen. ‘Help!’ Ik weet dat het geen zin heeft, maar kan niets anders verzinnen. ‘Ik ben hier, help me alsjeblieft. Help!’ Ik schreeuw zo hard dat ik een hoestbui krijg waar ik bijna in blijf.

‘Rustig maar, het komt goed.’

Verschrikt kijk ik naast me en zie het vage silhouet van iemand. Ik hoor het gerinkel van een klimuitrusting als hij naast me komt en mijn hand in zijn hand neemt.

‘Help me.’ Het klinkt als een kreun.

‘Je bent niet alleen, er is hulp onderweg en ik blijf bij je.’ Zijn stem is zacht en vriendelijk. ‘Ik ben Nick en ik blijf net zo lang bij je wachten tot ze ons hebben gevonden.’

Ik slaak een zucht. Het is zo’n opluchting om niet alleen te zijn. De pijn in mijn lijf klopt, zeurt en brandt nog steeds, ik heb het benauwd, maar kan toch vrijer ademhalen. ‘Bedankt. Hoe lang gaat het duren denk je?’

‘Ze kunnen er elk moment zijn. Niet zo slim hè, om te gaan klimmen op kerstavond. Je had je die vast anders voorgesteld.’

Daar kan ik Nick alleen maar gelijk in geven. Hij vertelt me hoe hij ook altijd gaat klimmen voor drukke familiedagen. ‘Het zijn echt van die dagen dat je altijd geleefd wordt. Ik heb niks tegen mijn familie, maar als het op kerst niet precies gaat zoals mijn moeder wil, dan is dat een doodzonde! Ik zal nooit vergeten dat ik een keer een rood jasje aanhad. In mijn naïviteit dacht ik nog dat dat toch echt een kerstkleur was, maar nee, volgens haar was het de verkeerde kleur rood en vloekte het bij haar jurk.’

We hebben het over onze altijd ruziënde en huilende neefjes en nichtjes, over vaders die liggen te dutten op de bank, over broers en zussen die altijd net naar de wc moeten als de afwas wordt gedaan en al die andere rare familiegewoontes die samenkomen op zo’n dag.

Ik weet niet hoeveel tijd we verder zijn, maar ineens onderbreekt hij ons gesprek. ‘Je moet nu schreeuwen, zo hard als je kunt.’

Verbaasd kijk ik hem aan. Ik hoor stemmen in de verte! ‘Kom op, schreeuwen!’ Hij geeft zelf het goede voorbeeld.

‘Help, hier! Help!’

Lichten komen mijn kant op. Nick laat mijn hand los, trek zich terug en verdwijnt in de duisternis. Loopt hij ze tegemoet? Niet veel later zie ik dat het lampen op helmen zijn van een man en een vrouw in een knalgele uitrusting, reddingswerkers. ‘Help!’

Voor ik het weet zijn ze bij mij. Na een kort onderzoek krijg ik een band om mijn nek en word ik voorzichtig op een brancard gehesen. De tocht daarna is afschuwelijk. Ik mag dan vastgesjord zitten aan de brancard, ik voel elke beweging die ze met mij maken. Pas als we bij de ambulance zijn krijg ik pijnmedicatie. Zo sterk dat ik langzaam wegzak.

Ik word wakker in een ziekenhuisbed. Vaag herinner ik me nog wat er gisteravond op de eerste hulp gebeurd is. Om mij heen staan mijn ouders en mijn oudste broer met zijn vrouw. Hun kinderen hoor ik op de gang ruzie maken. Het geluid waar ik me normaal zo aan erger, klinkt nu als muziek in mijn oren. In de hoek zie ik de lichtjes branden van een minikerstboom. Tranen branden in mijn ogen.

‘Oh lieverd, je hebt ons behoorlijk laten schrikken.’ Mijn moeder geeft me een kus op mijn voorhoofd. ‘Een van de reddingswerkers is er. Vind je het goed als ze even binnenkomt?’

Natuurlijk vind ik dat goed.

‘Je hebt echt geluk dat we je vonden’, zegt de vrouwelijke reddingswerker. ‘Vorig jaar waren we te laat. Toen was er ook iemand de dag voor kerst gaan klimmen, maar hem vonden we pas twee dagen later. Het is een van de redenen waarom we dit keer als eerst bij Owls Peak zijn gaan kijken.’

Ik krijg het koud als ik het hoor. ‘Wat was zijn naam?’

‘O’Leary, Nick O’Leary. Ik was er bij toen we hem vonden, zoiets vergeet je niet meer. Als we een dag eerder waren gekomen, had hij nog geleefd.’

Nick! Even is het net alsof ik zijn hand weer in de mijne voel.

Super bedankt Esther voor je leuke verhaal De Val. Dit is het laatste verhaal voor 2022 maar in 2023 komen we terug met nog veel meer leuke korte verhalen.

Liefs, Melanie

Bookstamel

Lezen en koken is een passie van mij. Deze passies deel ik op mijn blog

Dit vind je misschien ook leuk...

0 0 stemmen
Artikelbeoordeling
Abonneer
Laat het weten als er
guest

CommentLuv badge

0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties
0
Zou graag je gedachten willen weten, laat een reactie achter.x