Emily en de bijen van Luc Vos

Hallo lieve lezers van Bookstamel, Het is weer zondag en dat betekend tijd voor een kort verhaal! Vorige week zondag lukte het me niet om hem op tijd online te krijgen door mijn hand. Maar nu had ik wat meer tijd om het op me gemak in te plannen. Dit keer is het korte verhaal geschreven door Luc Vos het heeft de naam Emily en de bijen. Luc Vos is geen onbekende in de boekenwereld. Hij publiceert namelijk al boeken en verhalen vanaf 2003.

Het is dus best moeilijk om even een aantal van zijn boeken te noemen want jeetje mina dat zijn er veel. Daarvoor kun je beter even een kijkje nemen op zijn website. Hij heeft niet alleen al veel verhalen geschreven maar ook in allerlei genres. Zo schrijft hij o.a thrillers, Jeugdboeken, Romans en gedichten. Daarnaast is Luc ook een veel geziene auteur bij schrijfwedstrijden waarvan die er ook een aantal gewonnen heeft!

Maar goed ik denk dat het tijd is om een lekker bakje koffie of thee erbij te pakken en te gaan genieten van Emily en de bijen.

Emily en de bijen

De ondergaande zon werpt een gruwelijke schijn op zijn bloed, het aanzicht roept herinneringen op die ik niet direct kan plaatsen. Ik zag dit eerder. Dat voel ik. Waar? Ik zak op mijn knieën, staar naar de blauwe lucht die langzaam donkerder wordt, zoals de helderheid in mijn hoofd. De slepende manier waarop het bloed zijn lichaam verlaat, versterkt de herinneringen, de antwoorden blijven verborgen. Of niet?

Een schok raast door mijn lijf, ik ben weer in onze achtertuin. Twintig jaar jonger en zonder … De herinnering dat het toen warm was – zoals nu – beukt in mijn hoofd. Ik speelde, met wat? Ik weet het niet meer. Voetbal wellicht, het maakt niet uit. Wat ik me wel herinner, is hoe ik bij elke gelegenheid probeerde een glimp op te vangen van zij die zich dichtbij bevond. Zij die …

Opwinding neemt controle over mijn onderbuik als ik opnieuw over het hek loer. Het hek dat de grens vormde tussen ons huis en dat van de buren. Ik hap naar adem als ik haar zie. Zij, het object van die bijzondere droom die iedere nacht voorbijkwam. Zij, die, enkel gekleed in een minuscuul slipje, de laatste zonnestralen haar prachtige lijf zonder gêne liet beroeren. Ze was drie jaar ouder dan ik, net twintig. Iedereen in de buurt was verliefd op haar, maar ik, ik wou dat ze naar mij keek. Ik …

De herinneringen worden helderder, nemen de controle over mijn hoofd. Ik kijk naar mezelf als speelde ik in een film, helder belicht op het grote scherm. Mijn hoofd tolt als die … die dag opnieuw vormt krijgt, de kettingen die de herinneringen buiten hielden, verpulveren en ik weer alles voel wat ik toen voelde.

Ik kroop tussen de takken van de grote rhododendron tegen het houten hek en stak mijn hoofd zo hoog ik kon. Als ik op de toppen van mijn tenen stond en me wankelend vasthield aan de takken, zag ik net haar hals en de beginnende welving van die prachtige borsten. Enkel de bovenkant, niet dat deel waar ik elke nacht opgewonden van werd. Die twee donkerbruine, perfect gevormde rondingen, die zonder onderbreking in elke droom naar mij priemden. Ik moest … ik … ik hijgde, keek gejaagd om mij heen. Er was niets wat mij dichter kon brengen, behalve … behalve de bijenkorven wat verder tegen het hek. Het perfecte opstapje, leek het.

Niet doen, Dave, als … als vader dat ziet, vermoordt hij jou.

Ik wist dat de stem in mijn hoofd gelijk had, maar vader was binnen en het was avond. Dat kon enkel betekenen dat hij uitgeteld was. En … de zon was bijna onder, dan ging Emily dra naar binnen. Nee, ik moest dit doen en wel snel.

Een gehaaste blik over mijn schouder, de geluiden van de tv drongen gedempt tot mij door. Ik haalde diep adem en greep de bovenkant van de bijenkorf. De kisten waren stevig, stonden mij toe genoeg boven het hek uit te stijgen om een perfect zicht te krijgen op die wondermooie schepping van de natuur die in het huis naast mij woonde. Haar goedgevormde borsten met die wondermooie donkere tepels die recht omhoog stonden, alsof ze dat speciaal voor mij deden.

De opwinding in mijn lijf groeide, gejaagd keek ik om mij heen, maar er was niemand. Niemand anders dan Emily en ik. Haar ogen dicht, maar ik wist, ik voelde dat zij wist dat ik hier was. Waarom anders was ze zo opgewonden? Ik staarde en zag niets anders dan haar prachtige lijf. Lange benen, een platte buik en die, oh … die borsten. Bij elke ademhaling die haar borsten omhoog joegen, steeg mijn opwinding. Ik …

Nee, Dave, niet hier. Ben je gek!

De opwinding kreeg een deuk, een bij landde op haar linkerborst. Ik hapte naar adem, ik wilde roepen dat ze moest opletten, ik kon geen woord uitbrengen. Ze mocht niet weten dat ik naar haar loerde, maar … Paniek nam bezit van mijn hoofd. Ik wankelde, de korf kraakte, maar ik bleef zitten. Opnieuw keek ik naar Emily’s borst, het geel-zwarte insect liep rustig rond, Emily ademde onverstoord in en uit. Ik hapte naar adem toen ze haar ogen opende, een wonderlijke glimlach zich om haar mond vormde en ze goedkeurend naar het dier keek dat drie keer rond haar tepel kroop voor het zacht zoemend wegvloog. Ze keek het na en sloot haar ogen weer met een zalige glimlach om haar sensuele lippen. Mijn respect voor haar steeg tot ongekende hoogtes, de opwinding in mijn lijf volgde dezelfde richting.

Ik hield mijn handen geklemd om de randen van de bijenkorf, zag niets anders dan die wondermooie vrouw toen een bekend geluid uit de richting van het huis mijn opwinding in miljoenen scherven sloeg.

‘Dave, godverdomme!’

Ik wankelde op de korf, twijfel over wat ik moest doen, raasde door mijn hoofd. Ik dook in elkaar, zag uit mijn ooghoeken hoe Emily verdwaasd opkeek. Zag ze mij? Ik wist het niet, ik lag plat op de bovenkant van de korf toen vader tot bij mij strompelde. Zijn ogen bloeddoorlopen, schuim sproeide uit zijn mond. Hij nam een grote slok van de fles whisky in zijn rechterhand, gaf mij een rake klap met zijn andere. De whisky nam al veel van hem af, zijn kracht was niet één van die dingen.

‘Rotzak! Wat doe je!’

Ruw sleurde hij mij van de bijenkorf, zonder me aan te kijken wierp hij mij op de grond. Zijn ogen gingen in alle richtingen, ze boorden bliksems door mijn lijf. Hij keek naar het hek, terug naar mij. Ik kromp in elkaar, hij merkte het niet. De val schuurde mijn rechterbeen tegen de rand van het houten onderstel, brandende pijn joeg bliksemschichten door mijn hoofd, hij keek de andere kant op. Ik wilde roepen, geen enkele klank slaagde erin mijn keel te verlaten. Ik keek naar mijn been, donker bloed liep op de grond in een verbijsterend langzame stroom, maar hij negeerde het. Pijnscheuten raasden door mijn hoofd, ik dacht enkel aan wat Emily zou denken. Hoorde ze dit? Wist ze wat er gebeurde? Ze moest weten hoe vader was, wist ze ook waarom hij nu zo tekeer ging? Ze mocht niet boos zijn op mij, ik kon met alles leven, met een dronkaard als vader die nergens meer goed voor was, ik kon verdragen dat hij mij sloeg, maar niet dat Emily boos op mij was.

Wit schuim borrelde om zijn mond, onbestemde kreten vlogen in mijn richting. Hij schreeuwde en tierde, ik kromp nog meer in elkaar.

‘Godverdomme rotzak! Wil je die kisten vernielen! Weet je wel hoeveel geld die honing opbrengt?’

Voor het eerst sinds hij naar buiten stormde, keek hij mij recht aan. Hij nam nog een grote slok, even dacht ik dat hij mij zou schoppen, zijn voet maakte een gat in de lucht, viel zonder schade weer naar beneden. De verwijten in zijn ogen raakten me harder dan zijn woorden, schuimbekkend ging hij verder.

‘Zij brengen meer geld in het laatje dan jij! Elk van deze dieren deed al meer voor ons gezin dan jij ooit zal doen!’

Zijn woorden dreven breinaalden in mijn buik, overstemden de kloppende pijn in mijn been. Woede over hoe hij deze dieren enkel als geld zag, raasde door mijn lijf. Het contrast met het respect dat Emily voor hen toonde, brandde in mijn geest.

Een ogenblik leek het erop dat hij mij zou slaan, zijn vuile hand ging omhoog, dan schudde hij zijn hoofd. Verbaasd keek hij naar zijn opgeheven vuist, likte verward het schuim van zijn lippen. Hij nam nog een slok, stelde vast dat het de laatste was, wierp de fles op de afvalhoop in de andere hoek van de tuin en liep zonder verdere woorden naar binnen.

Hij liet mij liggen, ook al werd de plas bloed onder mijn been steeds groter. Ik zocht iets om het af te binden, vond niets anders dan mijn t-shirt dat ik snel uittrok en om mijn been bond. Met veel moeite kroop ik overeind, verbeet de brandende pijn en wankelde naar binnen. Hij negeerde mij toen ik na een hele tijd strompelend de keuken bereikte en mijn been verzorgde. Hij lag alweer in zijn sofa voor de tv. Een nieuwe fles whisky was zijn metgezel tijdens de eindeloze reeks sportwedstrijden en volwassenen films voor hij ver na middernacht zijn bed op de achterkamer bereikte waaruit hij niet meer tevoorschijn kwam voor de volgende middag.

Een licht verbaasde blik de volgende ochtend toen hij het verband rond mijn been zag en ik zichtbaar moeite had om te gaan, was de enige reactie die hij gaf over dit voorval, maar ook ik wilde er niet over beginnen. Het had geen zin, hij was niet meer op deze wereld. Meestal. Het ging voorbij, zoals zoveel in mijn jonge leven. Ik ging verder, of beter, ik probeerde. Ik bleef uitkijken naar Emily, maar kroop nooit meer op de bijenkorven.

Ik wilde haar nog zien, ook al durfde ik haar niet meer onder ogen te komen. Haar reactie toen ik naar binnen strompelde, bleef door mijn hoofd razen.

‘Dave, wat gebeurt er?’ vroeg ze toen ik net overeind gekropen was en naar binnen wilde lopen. Haar lieve stem sloeg in mijn maag, ik wilde antwoorden, ik durfde niet.

‘Gaat het?’

‘Ja, ja, alles oké, dank je,’ bracht ik met veel moeite uit.

Hoorde ze de pijn in mijn stem? Merkte ze de diepe schaamte die elk woord overheerste? Het moest wel, ze was een slimme meid, en ik zag haar niet meer sinds die dag. Ze verhuisde kort nadien. Lang vroeg ik me af of het iets te maken had met het voorval van die dag, ik bleef me voorhouden – tot de dag van vandaag – dat het toeval was.

Ik zag haar nooit meer, al komt haar perfecte lijf nog bijna elke nacht voorbij en is er niemand in mijn leven die ooit aan haar zal kunnen tippen.

De herinnering aan die prachtige Emily brengt nog steeds een glimlach om mijn mond, de aanblik van de bloedende man voor mij veegt het zalige gevoel genadeloos weg. Weer kijk ik naar hem. Al kwam zijn razende mond tot stilstand, zijn kreten galmen verder in mijn hoofd. Ik begrijp nog altijd niet waarom hij tegen mij brulde. Ik deed hem niets, ik vroeg wat iedereen zou vragen. Ik keek, naar de bijen die landden op de haag in de tuin waar ik werk. Ik vroeg hem vriendelijk om de bijen rond zijn hoofd niet te verjagen.

‘Bijen zijn onschadelijk, meneer. U moet hen niet wegslaan,’ zei ik.

‘Wat zegt u?’ Zijn stem klonk nors, ik weet niet waarom.

Ik wees naar een nieuwe bij die op zijn schouder landde. ‘Dat beestje zal u niets doen, als u het niets doet.’

Hij keek naar het edele geel-zwarte dier en sloeg er naar. Hij raakte het, een kramp joeg door mijn maag.

‘Meneer, alsjeblieft, doe dat niet. Die beestjes zijn nuttig.’

‘Ze moeten mij met rust laten!’ Hij brulde. ‘En jij ook!’

Langzaam kwam ik dichterbij, het tuinmes bengelde in mijn rechterhand. Opnieuw sloeg hij naar een bij, weer viel een diertje dood op de grond.

‘Meneer, mag ik u vragen om daar mee op te houden, u vermoordt hen!’

‘Ik doe dat als ik dat wil. Rotbeesten! Godverdomme. Ze moeten uit mijn buurt blijven. En jij ook. Rot op, nozem!’

Ik sloot mijn ogen drie tellen. Ik zat weer boven op de kisten. De bij was net op Emily’s borst geland, het was zo mooi! Zij leerde mij dat respect voor bijen nodig is, dat niemand hen mag doden. Zeker zo’n … zo’n rotzak niet.

Ik opende mijn ogen, keek de man woedend aan. Zijn hand vloog door de lucht, richting bij, ik greep zijn pols, rustig hield ik hem tegen.

‘Wat!’

‘Ik vroeg u dat niet te doen,’ siste ik. ‘Laatste kans.’

‘Rot op, loser. Ik sla naar een bij als ik dat wi…’

Zijn laatste woord verdween in het ploffend geluid dat zijn oog maakte toen mijn mes zijn oogkas open wrikte en het lemmet diep in zijn hersenen verdween. Een rochel verliet zijn mond voor hij onderuit zakte en bleef liggen.

Emily zal blij zijn.

Ik knikte instemmend, glimlachte breed en keek naar de man op de grond.

Hij ziet er bekend uit, al maakt de huidige staat van zijn gezicht herkenning net iets moeilijker. Maar dat geeft niet, het belangrijkste is dat hij niet meer schreeuwt, dat ik kan genieten van rust en stilte, die heb ik nodig. Even hoor ik zijn verwijten weer, mijn hoofd loopt vol. Ik sluit mijn ogen, adem diep in, zijn stem verstomt.

Drie keer knipper ik met mijn ogen, de man op de grond is er weer. Bewegingloos ligt hij voor mij, het lemmet van het tuinmes artistiek omhoog torenend uit zijn linkeroog. Dikke druppels bloed zijn verneveld over zijn gezicht, bijenkorf-achtige vormen strekken uit over het glanzende metaal. De herkenning van het patroon jaagt een glimlach over mijn gezicht. Ik weet dat het niet gepast is, toch breidt de grijns uit. Ik hou intussen echt van bijen en hun authentieke kunst. Dat duurde even, de dag dat ik hard met de grond in aanraking kwam na mijn verplichte val, brandde lang in mijn lijf. Het zien van de bijenkorven was vaak pijnlijk, maar ik weet intussen dat Emily het juiste deed, bijen verdienen ons respect! Ik mocht niet zo dom zijn dat ik dacht op hun korf te mogen klimmen, maar mijn verlangen naar Emily was zo groot. Zelfs mijn vader had gelijk, maar moest hij dat op die manier onderstrepen? Wetend dat Emily in de buurt was?

Lang was ik bang dat ze vertrok omdat ze niet kon leven met mijn disrespect voor de bijen. Ze wist dat ik op de korven was gekropen om naar haar te kijken, dat ik het huis van de bijen verstoorde om mijn eigen lusten te voldoen. Vertrok ze daarom?

Eén keer vroeg ik het vader, op een goede dag, met lege ogen keek hij mij aan.

‘Als ze al vertrokken is door jouw schuld, dan is het omdat jij gewoon zo’n eindeloze loser bent.’

Mijn maag trok samen.

Niet doen, Dave niet doen.

Ik keek hem aan, mijn bloed vertraagde in mijn aderen. Nooit eerder voelde ik dat ik hem aankon, tot die dag.

‘Ik denk dat er iemand anders hier een loser is,’ zei ik zacht.

De drank had vaders helderheid behoorlijk gehavend, de snelheid waarmee hij me bij de keel greep, was verbazingwekkend.

Hij hijgde hevig. ‘Wat zei je?’

‘Je hoorde me wel. Jij bent de loser.’

Ik keek hem recht aan, hij schrok. Zijn ogen rolden van links naar rechts, zijn mond opende, viel woordeloos weer dicht. Hij liet mij los en plofte op de bank, nam vier grote slokken whisky en zette de tv nog wat luider. Sinds die dag bestond ik niet meer voor hem, hij sprak geen enkel woord meer tegen mij.

Ik ook niet meer tegen hem …

Verveeld kijk ik om me heen in het park. Op deze manier geraakt mijn werk niet af. Ik had al klaar moeten zijn, ik ben bang dat mijn klant niet betaalt als het nog lang duurt. Maar … verward kijk ik naar mijn tuinschaar. Ik heb het ding nodig om verder te werken, kan ik het gewoon uit zijn oog trekken? Zal ik geen rode sporen achterlaten op de haag als ik de schaar zo gebruik? Ik moet ze wassen voor ik verder werk, voor er bijen vast komen te zitten in het stroperig bloed van deze kerel.

Mijn herinneringen dwalen weer af, het bloed jaagt me ook terug naar … Een grimas vormt om mijn mond als ik denk aan hoe goed ik voorbereid was de dag dat ik … Ik haal diep adem, ja, ik kan het nu wel zeggen. De dag dat ik mijn vader op andere gedachten bracht. En nee, dat was niet fout, dat was zijn verdiende loon. Hij was … hij was de nietsnut in huis. Ja, de honing leverde ons behoorlijk veel geld op, maar elke maand vloeide elke cent zonder uitzondering naar drank voor hem. Samen met zijn uitkering en mijn kinderbijslag.

De honger in mijn buik groeide, de brieven van deurwaarders werden vervangen door bezoeken. Ik moest iets doen, zijn onverzadigbare dorst moest worden gestopt.

Ik huiver en zie Emily’s prachtige lijf weer. Emily was een grote dierenvriend en een echte natuurvrouw. Wat haar pure toestand om te zonnebaden verklaarde en het dubbel pijnlijk maakte dat ik zo kort van het prachtige uitzicht kon genieten.

Ik schud mijn hoofd bij de herinnering en kijk weer naar het nieuwe tafereel voor mij. Het bloed vormt prachtige patronen op het mes, de zon maakt het kunstwerk af. Unieke kunst die enkel de natuur zelf kan creëren, met slechts het mes door mensen gemaakt. De aanbrenger, zoals dat heet.

Ik moet toegeven, het voelde vreemd om het mes in zijn oog te steken. Ik was het niet van plan, maar hij vroeg erom. Hij moest ophouden met schreeuwen, dat moest hij echt. Ik vroeg het hem beleefd, meerdere keren, maar hij luisterde niet. Hij moest de bijen respecteren en hield vol in de boosheid. Dus had ik geen keuze, toch? Ik wist niet goed hoe hem het zwijgen op te leggen, zijn oog in combinatie met mijn mes was al snel de enige optie. Vaag herinner ik me dat ik dacht dat dit wellicht de weg van de minste weerstand was, ik verwachtte niet dat het zo zacht en deegachtig zou zijn.

De man zelf bood geen weerstand. Best wel vreemd, gezien het feit dat het mes terechtkwam in een van de twee voorwerpen op zijn lichaam die kunnen zien en hij me ook nog eens bijzonder sterk leek, maar dit was hoe het gebeurde. Hij liet het komen, stond erbij en keek ernaar. Nou ja, met één oog dan toch. Hoe dan ook, een verbaasde kreet verliet zijn mond toen het metaal diep in zijn hoofd drong en de woorden veranderden in onbestemde klanken die ik niet begreep. Hij wierp me een laatste verbijsterde blik toe voor hij op de grond viel waar hij nog steeds ligt.

Een nieuwe glimlach raast over mijn gezicht als een prachtige bij na een korte onderzoekende vlucht op zijn wang landt. Ik wist niet dat bijen bloed dronken, of is dit een nieuw, geëvolueerd of genetisch gemanipuleerd ras? Een geheim oorlogswapen. Of flipt mijn geest weer helemaal en is het toeval? Wellicht het laatste. Mijn fantasie neemt me wel meer op sleeptouw over afwijkende paden, ik mag me zo niet laten afleiden.

Verward schud ik mijn hoofd, de bloedrode zon smelt de grijns van mijn gezicht, ik staar opnieuw naar het levenloze lichaam van de man voor mij. Een pijnlijke rilling raast over mijn ruggengraat als een hartvormige druppel bloed van zijn wang loopt en op de grond uit elkaar spat. Langzaam, dik als honing, maar zonder dat delicate parfum van bijen en de natuur waar ik zo van hou. De geur is vies, alsof het rottingsproces al is ingezet onder de hitte van de verdwijnende zon. Zo snel? Ik haal mijn schouders op, het maakt niet uit.

Weer drijft de herinnering aan Emily voorbij, ook zij droeg dat delicate parfum van bijen en natuur steevast als een satijnen sjaal om haar ranke hals. Altijd blij, altijd fris, klaar om de wereld met open vizier tegemoet te treden. Ik vraag me echt af wat er van haar is geworden, maar ik denk niet dat ik haar snel weer zal zien. Ik denk dat het geluid van de naderende sirenes iets te maken heeft met wat hier net gebeurde. Ik denk dat ze voor mij komen.

Komen ze voor nu of voor … Ik zie mijn vader weer, de laatste slokken die hij nam voor hij … Zo makkelijk. Overal in huis stonden flessen. Open. Half leeg. Nee, niet half vol, niet in mijn ogen. Hier en daar een fles die stuk was. Dat gebeurde, bij een dronkaard in huis. Niet? En dronkaards struikelen. Toch?

Zoals mijn vader, die viel, dronken, op een fles, met zijn oog. Zoals …

De scherpe rand drong diep naar binnen, dieper dan ik verwachtte. Een verbaasde kreet deed een poging om te starten, het geluid versmachtte in het barsten van de fles die nog dieper in zijn hoofd drong en de stilte herstelde. Toen liet ik hem los, toen kwam ik tot rust.

De sirenes worden luider. Ik weet wat er volgt, maar het is goed, zolang de man voor mij maar zwijgt. Zijn geraas zal mijn hoofd niet meer op hol brengen, hij zal de rust van de bijen niet meer verstoren. Ik knijp mijn ogen half dicht en loer naar hem als brullende stemmen bij het tuinhek mij gebieden om op de grond te gaan liggen. Hun kreten doen even pijn, maar ik glimlach als ik mijn hoofd naast de man in het koele gras leg en het beeld voor mij in mij opneem.

De bij maakt nog steeds willekeurige bewegingen op zijn inzakkende wang en tekent een nieuw kunstwerk in de stollende bloeddruppels. Voor ik mijn ogen sluit, lach ik een laatste keer naar de man die mij aan honing doet denken. Zijn rechteroog lijkt echt op dat van vader, maar dat is waarschijnlijk toeval.

Dankjewel Luc voor je korte verhaal Emily en de bijen ik heb er enorm van genoten! Heb jij als lezer van mijn blog nou ook van dit verhaal genoten neem dan zeker eens een kijkje bij de boeken van Luc.

Liefs, Melanie

*** Let op bloggen is een hobby voor mij, ik heb dan ook niemand die mijn teksten na kijkt op spelling want dat zou mij een paar 100 euro in de maand kosten. Ik heb dyslexie dus de kans is groot dat er hier en daar een spelfoutje in de tekst staat. Ik doe er alles aan om deze te voorkomen maar helaas is dat niet altijd mogelijk. ***

Bookstamel

Al jaren lang lees ik heel veel boeken. Daarom ben ik uiteindelijk een blog begonnen waar ik mijn passie voor boeken deel.

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

CommentLuv badge